Uiterlijk van spinnen

Uiterlijk

Spinnen hebben altijd acht poten en een uit twee delen bestaand lichaam waarvan het voorste deel de poten draagt. Dit voorste deel is duidelijk te onderscheiden van het zakachtige achterlijf. Spinnen bezitten meestal vier paar ogen, dus acht in totaal, en ze hebben nooit tot grijpklauwen omgevormde lichaamsuitsteeksels. Deze kenmerken onderscheiden de spinnen van alle andere spinachtigen zoals zweepspinnen, zweepstaartschorpioenen en ‘echte’ schorpioenen, die wel grijpklauwen hebben. Schorpioenen hebben daarnaast een verlengd deel van het achterlijf met een gifstekel en zweepstaartschorpioenen hebben hier een lang enkelvoudig aanhangsel dat bij spinnen altijd ontbreekt. Van de hooiwagens en de teken en mijten zijn spinnen te onderscheiden door hun in tweeën gedeelde lichaam, bij de eerder genoemde groepen zijn deze delen gefuseerd tot één geheel.

Enkele andere spinachtigen die verward kunnen worden met echte spinnen zijn:

  • Hooiwagens (Opiliones); de meeste soorten lijken niet op spinnen vanwege de extreem lange poten en het bijna bolvormige lichaam. Er zijn echter uitzonderingen die moeilijker te onderscheiden zijn. Sommige hooiwagens hebben een vergroot halsschild waardoor het lichaam uit twee delen lijkt te bestaan.
  • Rolspinnen (Solifugae); deze soorten hebben een langwerpig lichaam en duidelijk vergrote ‘scharen’ aan de monddelen. Er zijn twee duidelijke ogen, de andere ogen zijn sterk gedegenereerd. Rolspinnen hebben nooit boeklongen zoals echte spinnen.
  • Kapucijnspinnen (Ricinulei); deze soorten lijken op een kruising tussen een spin en een mijt. De copulatieorganen van de mannetjes zijn aan het derde potenpaar gelegen en niet aan de monddelen zoals bij echte spinnen.
  • Zeespinnen (Pycnogonida) werden vroeger ook tot de spinachtigen gerekend maar worden tegenwoordig gezien als een zustergroep van de spinachtigen en dus niet direct verwant aan de spinnen. Mannelijke zeespinnen dragen de eitjes en hebben hiertoe een speciaal gevormd potenpaar, de ovigeren.

 

Grootte

De meeste spinnen bereiken een lichaamslengte -exclusief uitsteeksels en poten- van niet meer dan een centimeter. Een aantal soorten wordt enkele centimeters lang en er zijn soorten die nog groter worden. De grootste soorten kunnen een lichaamslengte van ongeveer 12 cm bereiken, zoals de goliathvogelspin. De spin Heteropoda maxima uit Laos is een van de grootste spinnen ter wereld. Deze jachtkrabspin kan een spanwijdte van de poten bereiken tot 30 centimeter.

De kleinste spinnen worden niet langer dan 0,7 millimeter. De voor zover bekend allerkleinste soort is Anapistula caecula uit Ivoorkust, waarvan de vrouwtjes een lichaamslengte bereiken tot 0,55 millimeter. De mannetjes van de soort zijn waarschijnlijk nog kleiner maar deze zijn nog niet wetenschappelijk beschreven. De mannetjes van de spin Patu digua uit Colombia worden tot 0,37 millimeter groot. De vrouwtjes echter worden langer dan die van de eerder genoemde Anapistula caecula.

Mannetjes blijven bij spinnen vaak kleiner dan vrouwtjes, soms zelfs aanzienlijk kleiner. Bij een aantal spinnen zijn de verschillen zelfs zo groot, dat beide seksen eerder twee aparte soorten lijken. Bij sommige spinnen echter zijn de mannetjes ongeveer even groot als vrouwtjes.

 

Bron: Wikipedia